Archief voor programma ‘Jeugd’
Jeugd
College visie op de bezuinigingen
Binnen het programma jeugd wordt de gemeente onder andere geconfronteerd met een korting op het WWB-I-deel. Hieruit worden bijvoorbeeld drie jongerenwerkers bekostigd. Het wegvallen van deze dekking kan vermindering van deze formatie betekenen. Daarnaast zijn er voorstellen om verschillende activiteiten op het gebied van jeugd samen te voegen dan wel te beëindigen.
Algemene informatie programma Jeugd
Het programma ‘Jeugd’ beslaat de beleidsvelden jeugd- en jongerenwerk, jeugd en veiligheid, jeugdparticipatie, jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg, jeugdwerkloosheid, peuterspeelzaalwerk en kinderopvang.
In het integrale jeugdbeleid (2010 – 2013) worden zes hoofddoelstellingen genoemd. Uiteraard zal gedurende de betreffende periode binnen de jeugdketen aandacht zijn voor elk van deze doelstellingen. In 2011 zal binnen het programma Jeugd de focus liggen op de volgende doelstellingen:
Integraal jeugdbeleid – Iedere jongere zit op school, werkt of zit in een hulpverleningstraject.
Doelstelling:
Onder deze hoofddoelstelling van het integrale jeugdbeleid valt een scala aan instrumenten. In 2011 ligt de prioriteit op de instrumenten gericht op zorg en in het bijzonder de ontwikkeling van de centra voor jeugd en gezin (CJG). Het CJG staat nog in de kinderschoenen en moet zijn bestaansrecht nog verdienen. De uitdaging is het zorgaanbod goed aan te laten sluiten bij de zorgbehoefte. Er bestaan verschillende instrumenten om de zorgbehoefte en risico‟s te inventariseren. Voorbeelden daarvan zijn de jeugdmonitor, de inventarisatie gemaakt voor de groepsaanpak Beke en de CtC-enquête. Bekeken wordt hoe we deze instrumenten efficiënt kunnen inzetten. Het doel is te komen tot een vraaggericht aanbod van preventie en zorg.
Integraal jeugdbeleid – Jongeren zijn actief betrokken bij jeugdparticipatie, vrijwilligerswerk en het verenigingsleven.
Doelstelling:
Ook deze hoofddoelstelling van het integrale jeugdbeleid kent verschillende onderdelen. In 2011 ligt de focus op jeugdparticipatie. Het in 2010 geactualiseerde jeugdparticipatiebeleid wordt geïmplementeerd. Dit beleid zal in ieder geval aandacht schenken aan de volgende zaken:
- een representatieve groep jeugdigen denkt mee over ontwikkelingen in de wijk/stad,
- jongeren leveren een bijdrage aan activiteiten in de wijk/stad.
Integraal jeugdbeleid – De jeugdoverlast vermindert.
Doelstelling:
Binnen deze hoofddoelstelling binnen het integrale jeugdbeleid zal prioriteit gegeven worden aan een tweetal zaken: Groepsaanpak Beke en Veilig opgroeien. De groepsaanpak Beke is een integrale aanpak van problematische jeugdgroepen om overlast tegen te gaan en tegelijkertijd de individuele jongeren uit de groep een toekomstperspectief te bieden. In 2011 zal de groepsaanpak ingevoerd zijn. Veilig opgroeien is een wijkgerichte preventiestrategie gericht op jeugd van 0 tot 18 jaar. De methode wordt vanuit de stadsregio gefinancierd tot 1 januari 2011. In dit jaar wordt bezien hoe de methodiek een doorstart kan krijgen als sociale component binnen de wijkontwikkelingsplannen.
Integraal jeugdbeleid – Iedere jongere zit op school, werkt of zit in een hulpverleningstraject.
Doelstelling:
Binnen deze hoofddoelstelling binnen het integrale jeugdbeleid ligt in 2011 de focus op het jeugd- en jongerenwerk. Het plan van aanpak, opgesteld in 2010 t.b.v. het efficiënt en effectief inzetten van het jeugd- en jongerenwerk, wordt in 2011 uitgevoerd. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar de positionering en organisatie van het jeugd- en jongerenwerk en haar rol bij de integrale aanpak op wijkniveau.
Kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
Doelstelling:
De handhaving van de kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk valt onder programma 10 Jeugd. De kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk zijn naast hun basisfunctie ook een voorschoolse voorziening in de zin van de wet Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (wet OKE). Het beleidsthema voor- en vroegschoolse educatie valt onder het beleidsprogramma Onderwijs.
Kinderopvang
Kinderopvang is niet als hoofddoelstelling opgenomen in het integrale jeugdbeleid aangezien gemeenten sinds de invoering van de Wet Kinderopvang géén beleidsverantwoordelijkheid meer hebben voor de invoering.
De overgebleven wettelijke taken voor gemeenten zijn:
1. Toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang,
2. Bijhouden van het landelijk register kinderopvang,
3. Verstrekken van tegemoetkoming aan specifieke doelgroepouders.
In januari 2010 is de Wet Kinderopvang gewijzigd. Deze wetswijziging heeft als doel het kinderopvangstelsel financieel beheersbaar en toegankelijk te houden en een hogere kwaliteit te behouden. Het merendeel van de wijziging heeft betrekking op de gastouderopvang en op het voorkomen van misbuik en oneigenlijk gebruik. Het landelijk register, dat het gemeentelijke register heeft vervangen, registreert alle kinderopvang van de gemeente Spijkenisse. Kinderopvang wordt beschouwd als een van de instrumenten om betaalde arbeid en ouderschap te combineren. Voldoende kinderopvang voor de inwoners kan mogelijk effect hebben op de arbeidsparticipatie. Hoewel er sprake is van vrije marktwerking binnen de kinderopvangsector, kan door het faciliteren van een goed ondernemersklimaat voor de kinderopvangsector gestuurd worden op de wachtlijsten. Het niet of in beperkte mate hebben van wachtlijsten is daarbij de doelstelling.
Peuterspeelzaalwerk
De verantwoordelijkheid voor het peuterspeelzaalwerk ligt bij de gemeente. Het peuterspeelzaalwerk in Spijkenisse is de belangrijkste schakel in de lokale basisinfrastructuur. Het peuterspeelzaalwerk biedt kinderen in de leeftijd van 2½ tot 4 jaar laagdrempelig speel- en ontmoetingsmogelijkheden en stimuleert de ontwikkeling op het gebied van taal, motoriek, spel en creativiteit te ontwikkelen ter voorbereiding op het basisonderwijs. Het peuterspeelzaalwerk is onderverdeeld in een basisfunctie: het reguliere peuterspeelzaalwerk en een plusfunctie: de inbedding van het VVE-programma in het reguliere peuterspeelzaalwerk. De plusfunctie valt onder het beleidsprogramma Onderwijs. Vanwege het dalend bezettingspercentage (afname van aantal peuters op de peuterspeelzalen) zal de focus liggen op de inrichting en de kwaliteit van het peuterspeelzaalwerk, daarbij het bereik van het aantal (doelgroep)peuters meegenomen.
